De voorouders van Grietje Beschier van Brussel (1725-1793)
Omdat de voorouders van Grietje Beschier van Brussel ook
voorouders zijn van alle Geus/ze(n)broeken, vermeld ik deze hier voor zover ze mij bekend zijn.
De ouders van Grietje zijn BESCHIER JANSZ VAN BRUSSEL en
AERTJE HENDRIKS. Beschier vestigt zich in de zomer van 1710 in Hoorn. Hij
komt van Utrecht en noemt zich dan nog Peschier of Passchier Jansz. zonder de
toevoeging 'van Brussel'. In 1712 woont hij op 't Weitje. Hij ondertrouwt op 23
juli van dat jaar met het Hoornse meisje Aertje Hendriks.
Zij is vermoedelijk de dochter van HENDRIK HERMANSZ en
BERBER CORNELIS en wordt op 30 april 1684 gedoopt. Bij haar huwelijk woont
ze 'op 't Oude Noort'. Later woont het echtpaar op 't Sant.
Van vijf kinderen heb ik in Hoorn een gereformeerde doop
gevonden:
1. Jan, gedoopt 7 mei 1713, getuige Dirkje Meijders.
2. Catharina, gedoopt 17 oktober 1715, getuige ook weer Dirkje
Meijnders.
3. Hendrik, gedoopt 27 februari 1720, getuige Jacobje Aerts.
4. Grietje, gedoopt 4 augustus 1725. Zij trouwt in 1754
met Jan Jacobsz Geusebroek.
5. Cornelis, gedoopt 13 februari 1728, getuige wederom Jacobje
Aerts.
Gezien de grote leeftijdsverschillen tussen Catharina, Hendrik en
Grietje zou je mogen veronderstellen dat daartussen ook nog wel geboortes
plaatsgehad zullen hebben.
Passchier/ Beschier is de zoon van Jan Romeijns VAN BRUSSEL,
gedoopt op 5 november 1657 in Utrecht. Hij huwt op 27 april 1680 Catharina
KERKHOVEN ook wel van ENGELEVELT genoemd.
Catharina heeft nog een zuster Grietje. Verdere familie heb ik
van haar niet gevonden.
Van vier kinderen heb ik in Utrecht de gereformeerde dopen
gevonden:
1. Judith, gedoopt 9 december 1683.
2. Magdaleentje, gedoopt 10 mei 1685
3. Passchier, gedoopt 23 oktober 1687. Hij trouwt in 1712
in Hoorn met Aertje Hendriks.
4. Johannes, gedoopt 30 oktober 1689.
Jan Romeijns van Brussel is de zoon van Romeijn Passchiersz
VAN BRUSSEL, leertouwer, gedoopt 19 december 1630 en van Geertruijt VAN
LOMMEL, gedoopt te Utrecht, 5 november 1629, dochter van Jan Jansz Lommel.
De naam van de moeder werd niet genoemd in de doopakte.
Ze trouwen te Utrecht op 22 april 1655. Romeijn woont dan in de
Santstraat, waar het echtpaar ook blijft wonen. Geertruijt woont in de 'Viesteech'.
Van zes kinderen heb ik in Utrecht een gereformeerde doop
gevonden:
1. Pasgier, gedoopt 14 februari 1656
2. Johannes (Jan), gedoopt 5 november 1657. Hij huwt in
1680 met Catharina
KERKHOVEN
3. Jacobus, geen doop gevonden, wel een huwelijk met Dirkje
Meijnders. Zij duiken later ook op in Hoorn i.v.m. hun nalatenschap waarin de
kinderen en kleinkinderen van hun broers en zusters delen. Dirkje is ook
doopgetuige bij twee kinderen van Beschier en Aertje Hendriks.
4. Cornelia, gedoopt 1 oktober 1665. Zij trouwt met Pieter Ras.
5. Gerrichjen, gedoopt 3 september 1667. Zij trouwt met Paulus
van Doesburg.
6. Bernardus, gedoopt 25 augustus 1670. Hierbij is Berend Jansz
van Assenbergh getuige.
Verder is er in de boedelverdeling van Jacobus van Brussel en
Dirkje Meijders nog sprake van een Annichjen van Brussel, die met Arnoldus
Dortmund getrouwd is en een dochter heeft die Aletta heet. Hoe haar relatie tot
de familie is, heb ik niet kunnen achterhalen.
Romeijn is de zoon van PASSCHIER JANSZ en ANNEKEN
ROMEIJNS. Zij wonen in 1630 als hun zoon Romeijn gedoopt wordt in de
Santstraat.
Geertruijt is de dochter van JAN JANSZ LOMMEL. Van deze
Jan heb ik nog twee zusters gevonden, nl. Petergen en Grietgen. Beiden wonen op
het moment dat zij huwen in resp.1625 en 1629 'onder de lakensnijders'. Ze zijn
beiden 'van Utrecht'.
De naam van Brussel doet vermoeden dat we hier te maken hebben
met Zuid-Nederlanders.
De achternaam van Geertruijt, van Lommel, bevestigt dit
vermoeden. Namen als Passchier en Romeijn komen veel voor in Zuid-Nederland en
niet in Noord-Nederland. Ook het feit dat ze allen gereformeerd zijn, wijst in
die richting. In 1585 is Zuid-Nederland, het tegenwoordige Belgiė, in handen
gevallen van de katholieke Spanjaarden. We weten allen uit onze
geschiedenisboekjes dat protestanten niet erg populair waren bij de Spanjaarden.
Veel Zuid-Nederlanders hebben daarom rond 1600 en in het eerste kwart van de
zeventiende eeuw de wijk genomen naar de Noordelijke Nederlanden.
naar boven