Jan Jacobsz Geusebroek 1708-1767

Jan
Jacobsz Geusebroek betaalt in 1732 f8 aan het kuipersgilde om zijn meesterproef
te doen.
Jan
Jacobsz Geusebroek is lid van het kuipersgilde. In 1719 doet hij als elfjarig
knaapje zijn intree in het gilde als knecht. Hij betaalt dan 6 stuivers
knechtsgeld. In 1732 doet hij op 24-jarige leeftijd zijn meesterproef.
Dit
is de penning van het Hoornse kuipersgilde.
Ook
zijn schoonvader Lammert Hermansz Vroom, zijn zwager Jan Lammertsz Vroom en zijn
halfbroer Jacob Sijmonsz Keijzer zijn lid van het gilde. Het kan niet missen dat
in zo'n kuipersfamilie ook zoons van Jan tot het kuipersvak toetreden. Oudste
zoon Lammert begint in 1754 op 13-jarige leeftijd als knecht en jongste zoon Jan
begint in 1778 op 11-jarige leeftijd.
Wanneer Jan op 59-jarige leeftijd overlijdt, drie maanden na de geboorte van
zijn zoon Jan, wordt er een inventaris opgemaakt. De inventaris wordt door alle
volwassen kinderen en hun echtgenoten en door Grietje Beschier ondertekend.
Bij het overlijden van Jan bewonen Jan en Grietje een huurhuis aan het
Gerritslant. Het huis bevat een vliering, een zolder 'met enige rommeling', een
hangkamertje, een voorhuis, een binnenkamer, een grote keuken, een klein
keukentje, een plaatsje en een gang. Jan huurt elders in de stad een
kuiperswinkel en hij bezit nog een huis op de Zeedijk grenzend aan de oostzijde
aan de brouwerij van West-Friesland en aan de westzijde aan Lodewijk Sager.
De waarde van de totale inboedel bedraagt f1293, 14 stuivers en 14 cent. De
kinderen krijgen allen f74:11:10 1/2. De bedragen worden uitgekeerd in natura:
zilveren lepels, kussenslopen, servetten, kleren van de vader e.d..
De
drie oudste kinderen uit het eerste huwelijk zijn getrouwd en ondertekenen mede
de delingsakte. Grietje is 22 jaar en minderjarig. De vier kinderen uit het
huwelijk met Grietje Beschier zijn resp. acht, zes, ruim een jaar en drie maanden
oud.
Getuigen zijn o.a. Hendrik en Beschier Jansz van Brussel, resp. broer en vader
van Grietje.

De
handtekeningen van Grietje Beschier en haar kinderen, schoonzoons, broer en
vader onder de inventaris die opgemaakt werd na het overlijden van haar man Jan
Jacobsz Geusebroek.
Een
van de schuldeisers van de nalatenschap van Jan Jacobsz is de 'paruijkemaker'
Jan Uijlder. De pruik die Jan Jacobsz gedragen heeft is ongetwijfeld volgens de
mode van zijn tijd een staartpruik geweest.
terug