Trijn Jacobs Geusebroek
Het
leven van Trijn Jacobs Geusebroek ging niet over rozen. Ze was regelmatig
langere tijd alleen. Haar man maakte dan een lange reis bijv. naar Brazilië.
Omdat Trijn een ontwikkelde vrouw was, gezien het feit dat zij -in tegenstelling
tot haar zusters- kon schrijven, was Trijn dan in staat haar mans zaken in Hoorn
waar te nemen.
Tijdens zijn afwezigheid stond ze er ook alleen voor in het gezin. Dat zal niet
altijd even makkelijk geweest zijn. Zes maanden na haar huwelijk wordt haar
eerste dochtertje geboren. Wanneer anderhalf jaar later weer een dochtertje
geboren wordt, is dit eerste kindje al overleden. Het derde dochtertje wordt
slecht vijf jaar. Drie maanden na haar overlijdt ook Trijntjes zoontje Jacobus.
Hij is dan pas 22 maanden. Waarschijnlijk zijn beide kinderen het slachtoffer
geworden van een zelfde kinderziekte.
Vermoedelijk zal Trijn steun gehad hebben van haar zus Sasje, die ook als
doopgetuige optrad bij de doop van haar kinderen en van broer Claes. Deze beiden
wisten ook goed wat het was kinderen te verliezen. De kindersterfte was hoog in
die tijd. Van Sasjes zes kinderen is er slechts een volwassen geworden. Claes
kreeg tien kinderen bij vier vrouwen. Slechts vier werden volwassen. Uit zijn
laatste en langste huwelijk zelfs geen een.
Van
zoon Dirk Daniëlsz Broecking heb ik geen doopgegevens gevonden. Hij is echter
het enige kind van Trijn en Daniël dat de volwassenheid bereikt. Hij huwt met
Weijntie Gijsebert, maar blijft vermoedelijk kinderloos. Bij zijn overlijden
laat hij een graf na aan zijn neef Jacob Claesz Geusebroek en zijn nichten Maria
en Catharina Claes Geusebroek. Aangezien zowel Maria als Catharina al een eigen
graf hebben, zien zij af van de rechten op het graf.

Zoals uit het grafboek hierboven blijkt, was het overlijden van kinderen in veel
gezinnen een vertrouwd iets. Het grafboek met daarin vermeld wie er allemaal in
graf 16 op het koor begraven zijn.
terug